| Statement -
Techniek - Het
gebruik van fotografie - Voorbeelden
Statement
| |
 |
| Ik geloof
niet in uitvoerige manifesten. De schilderijen kunnen
eerlijker voor zichzelf spreken dan wat ik er ook over
zou kunnen zeggen.
Ik schilder uitsluitend datgene waarmee ik me emotioneel
sterk verbonden voel. Er zijn bepaalde onderwerpen waar
ik me toe voel aangetrokken en waar ik steeds weer op
terug kom. Wat mij altijd heeft gefascineerd zijn grote
steden met hun levendige structuur van gebouwen, wegen,
waterpartijen, bomen, auto's en natuurlijk mensen. |

|
Schilderend vanuit de
kano in de Amsterdamse grachten.
[Foto: Theo van Trier - 1997] |
 |
Ook houd
ik ervan 'en-plein-air' te schilderen. Als kind woonde
ik aan de rand van de stad, daar waar stad en platteland
in elkaar overgaan. Misschien dat ik daardoor van tijd
tot tijd de drukte van de stad ontvlucht om in de natuur
buiten te schilderen. Het karakter van en plein air
gemaakte schilderijen wordt bepaald doordat ze tamelijk
snel moeten worden voltooid, voor het licht verandert,
en vaak zijn ze klein. De beste plein air schilderijen
hebben een spontane kwaliteit dat het moment treft,
of een fris inzicht biedt in een vertrouwde situatie.
Naast stadsgezichten en landschappen schilder ik portretten.
Het portretschilderen is voor de schilder een grote
uitdaging. |
| Koppelaar buiten aan het
werk. |
De pure opwinding die voortkomt uit het in
verf uitdrukken van visuele illusies van de zichtbare wereld
is de voornaamste beweegreden voor mijn werk.
Ik ben door vele bronnen beïnvloed. Een selectie hiervan:
- De Meesters van Nederlandse Barok, Vermeer en Rembrandt
- De Hollandse Impressionisten Breitner, W. Maris, W.B.
Tholen, H.J. Weissenbruch, W. de Zwart, I. Israels en F.
Arntzenius
- De post-impressionist Vincent van Gogh
- De laat-impressionisten C. Vreedenburgh en J.H. van Mastenbroek
- De abstract expressionist Willem de Kooning
- Mijn docent Co Westerik
Eigentijdse collega's die op een vergelijkbare manier of
met dezelfde thema's werken zijn:
De vraag of en waar mijn werk in de hedendaagse, moderne
kunst zou zijn in te passen interesseert me niet zo. Door
de jaren heen heeft mijn werk zich ontwikkeld van pogingen
modern te zijn tot het creëren van schilderijen vanuit
mijn idee over hoe een schilderij er hoort uit te zien. Dat
idee wordt gevoed en gevormd door ieder schilderij dat ik
zie.
De kritiek die ik wel eens op mijn werk krijg is dat het
niet 'vernieuwend' zou zijn. Ik heb bij het schilderen eerlijk
gezegd niet zo'n last van het idee met mijn werk de schilderkunst
te moeten vernieuwen. Ik vind zaken als compositie, verfbehandeling,
kleurgebruik, tonaliteit en atmosfeer veel belangrijker.
Tijdens de twintigste eeuw werd de schilderkunst gekenmerkt
door een opvallende drang tot vernieuwing, die vele modieuze
'ismen' heeft opgeleverd. Misschien dat men in de 21ste eeuw
tot het inzicht komt dat het op zeker moment vernieuwend kan
zijn voor de verandering eens niet vernieuwend te zijn.
Drang tot vernieuwing brengt naar mijn idee niet per definitie
opwindende kunstuitingen voort.
|
Kazimir Malevich
1915
'Zwart vierkant' |
|
| |
|
|
Techniek
| |
 |
Mijn eerste ervaringen met
de olieverf herinner ik mij als bijzonder teleurstellend.
Waarom dit materiaal werd gebruikt om schilderijen mee te
maken was me een raadsel. Ik besloot door te gaan met tekenen.
Het schilderen hoopte ik op de academie te leren.
Op de academie werd geschilderd, maar er bleek weinig animo
voor de techniek van het schilderen. Op verzoek kreeg ik van
docent Co Westerik een lijstje met titels van boeken over
schildertechniek.
Het belangrijkste boek zou zijn: 'MAX DOERNER - Malmaterial
und seine Verwendung im Bilde'. Met dat boek heb ik heel wat
tijd verspild. Inmiddels is gebleken dat Doerner zich meer
door zijn rijke fantasie dan door wetenschappelijke feiten
heeft laten leiden. Zo heeft Rembrandt nooit harsolieverf
gebruikt en het door Doerner als uiterst stabiel gepropageerde
loodwit blijkt de veroorzaker van onherstelbare schade aan
oude schilderijen (http://www.fom.nl/nieuws/oznieuws2002/02kortoz13.html).
Een boek dat, volgens mij, voor schilders veel leerzamer is,
is 'KNUT NICOLAUS - Handbuch der Gemälderestaurierung'.
Het bestuderen van problemen die kunnen ontstaan tijdens het
verouderingsproces van schilderijen vergroot begrip voor het
materiaal.
Bij het schilderen streef ik naar een zo groot mogelijke
eenvoud. Olieverf, terpentine en zo nu en dan een ei-dooiertje
of een druppeltje lijnolie alles wat ik nodig heb. Ik werk
graag 'nat in nat' waarbij de verf op het doek gemengd wordt.
Bij kleine formaten lukt het wel het werk in een sessie af
te ronden, maar bij grotere schilderijen die meer tijd vragen
gebruik ik een een combinatie van 'nat in nat' en laagsgewijs
schilderen. |
|
|
| 
Het
gebruik van fotografie
| |
 |
Men laat zich vaak laatdunkend
uit over het gebruik van foto's als hulpmiddel bij het schilderen.
Alsof het eindproduct daardoor geen 'echt' kunstwerk meer
kan zijn. Dat vind ik net zo dwaas als te stellen dat reizen
pas echt is, wanneer men zich te voet of met de trekschuit
verplaatst. Sinds de uitvinding van de fotografie is dit medium
door schilders als hulpmiddel/studiemateriaal gebruikt. Ingres,
Delacroix, Courbet, Degas, Caillebotte, Corot, Bazille, Monet
en ook onze eigen Breitner, zij allen maakten gebruik van
de fotografie. Vele
deskundigen nemen aan dat Johannes Vermeer in de 17e eeuw
gebruik maakte van een camera obscura.
Dat niet iedere schilder hier rond voor uit kwam, was eerder
het gevolg van de misprijzende houding van de critici en het
publiek dan dat de schilder het gevoel had dat hij de zaak
bedroog. We hebben leren leven met broodroosters, contactlenzen,
wasmachines, gloeilampen en computers en vinden dat vanzelfsprekend.
Dat het net zo voor de hand ligt dat een kunstschilder de
fotografie gebruikt bij het vastleggen van de zichtbare werkelijkheid,
blijkt niet iedereen zich te kunnen of willen realiseren.
Vooral bij onderwerpen als bijvoorbeeld portretten van beweeglijke
kinderen en complexe stadsgezichten is de fotografie een fantastisch
hulpmiddel. Ik maak er dan ook dankbaar gebruik van. Dat het
schilderen op zich er makkelijker door zou worden is denk
ik een misvatting. In ieder geval heb ìk daar nog nooit
iets van gemerkt. Integendeel, het gebruik van foto's brengt
vele voetangels en klemmen met zich mee. Men moet zich bewust
zijn van de beperkingen van het fotografisch materiaal. Fotografie
is nooit in staat om de wonderbaarlijke mogelijkheden van
het mensenlijk oog te vervangen. Als het eindresultaat een
geschilderde afbeelding van een foto is in plaats van een
schilderachtige verbeelding van de visuele werkelijkheid,
is er iets fout gegaan. |
|
|
| 
Voorbeelden
| |
 |
Ik weet eerlijk gezegd niet
of er kunstenaars zijn geweest die niet beïnvloed werden
door voorbeelden. In ieder geval zou ik zonder voorbeelden
niet de kunstenaar geworden zijn die ik nu ben.
Het zijn vooral 17de eeuwse schilders en Impressionisten die
me interesseren. Vaak is het niet het hele oeuvre van een
bepaalde kunstenaar dat me boeit. Het zijn vooral op zichzelf
staande werkstukken die mijn aandacht trekken.
Een zo'n schilderij dat een enorme indruk op mij heeft gemaakt
is het portret dat Willem Bastiaan Tholen schilderde van de
dochters van zijn collega en vriend Floris Arntzenius.
 |
W.B. Tholen
De Gezusters Arntzenius (1895)
olieverf op doek
38,5 x 58,5 cm
(Stedelijk Museum het Catharina Gasthuis, Gouda) |
Veel indrukwekkender
dan de beroemde Nachtwacht vind ik het kleine zelfportret
dat Rembrandt in 1629 schilderde. De manier waarop hij met
de achterkant van het penseel het krullende haar weergeeft,
getuigt van een weergaloos intuitief gevoel voor het materiaal.
 |
Rembrandt
Zelfportret als een jonge man (1629)
olieverf op paneel
15,5 x 17,7 cm
Bayerische Staatsgemaldesammlungen |
Een fenomeen waar iedere
schilder van Amsterdamse stadsgezichten mee te maken krijgt
is George Hendrik Breitner. De persoonlijke manier waarop
deze schilder de stad weergeeft is bijna altijd verassend
en opwindend. Nogal eens word ik met deze schilder vergeleken
wat ik dan maar als een compliment beschouw. We hebben, met
een eeuw verschil in tijd weliswaar, door dezelfde straten
en stegen gelopen. De stad is in die honderd jaar ingrijpend
veranderd. Ik streef ernaar mijn onderwerpen een 'tijdloze'
uitstraling te geven en ik denk dat Breitner in zijn tijd
hetzelfde deed. Dat is een overeenkomst. Een verschil is,
denk ik, dat Breitner vooral de dynamiek van de stad wilde
vastleggen, terwijl ikzelf vaak meer zoek naar een atmosfeer
van rust en verstilling. Wat dat betreft ligt een vergelijking
met Willem Witsen meer voor de hand, maar die is niet zo bekend
als Breitner.
 |
G.H. Breitner
De Singelbrug bij de Paleisstraat (ca. 1897)
olieverf op doek
100 x 152 cm
Rijksmuseum Amsterdam |
Als kind leerde ik
dit schilderij kennen. Een reproductie ervan hing in de woonkamer.
Toen ik het in het echt zag en bestudeerde hoe het was geschilderd,
ging ik ervan houden. Ik beschouw het als een subliem meesterwerk.
 |
Johannes Vermeer
Meisje met Parel (1665)
olieverf op linnen
46,5 x 40 cm
Mauritshuis, Den Haag |
wordt
vervolgt... |
|
| |
|